Categoriearchief: Kunstverkenners

Kunstverkenner “duo suiz” heeft een ontmoeting in Nijmegen -een verslag-

Daar kwam ze. Mijn logeetje. Ik vond het best spannend. Bang misschien om mijn reactie te ervaren en niet te willen sturen. Wat zou ik aantreffen? Ze piepte uit de envelop. Wij waren net terug van een korte vakantie en ik had gewacht tot de kinderen in bed lagen zodat we rustig kennis konden maken. Ik had een plekje in mijn slaapkamer op de muur tegenover mijn bed vrijgemaakt. Een grote witte muur…

 

Daar hangt ze. Lichten gedempt. Kaarsen aan. Frisse parfum in de kamer. Wie ben jij? Je hebt mooie kleuren. Interessante vormen. Niet recht of symmetrisch. Oh… Er staan letters op. Linksboven en rechtsonder. Linksboven kan ik de letters niet herkennen. Maar rechts… staat… “no”. Mijn adem stokt. No… een woord dat onwelkom is. Een woord met loodzware lading voor me. Waarom kom jij bij mij? Waarom “no”…  Ik probeer naar je te kijken en de rechterhoek te negeren. Ik wil dat stuk niet zien. Te moeilijk. Te confronterend. Te intiem. Hoe meer ik het negeer, hoe meer het me roept. Kijk naar me! Kijk! Kijk! Kijk!

Ik doe het licht uit. Nog te vroeg. Morgen weer.

 

De dagen verstrijken. Ik wil je verdragen maar je vraagt teveel van me. Ik wil er niet heen. Maar je wacht geduldig. Jij gaat nergens heen.

 

Als ik ontwaak ben je er nog. Je blijft. Kijkt naar me terwijl ik met ontblote ziel dieper zink in waar ik heen wil… ik wil mijn “nee” ontmoeten. Mijn nee tegen wat ik niet wilde. Mijn nee dat een heel leven aan “ja’s” in zich bergt.

 

Nee tegen mijzelf is impliciet een ja tegen alles dat ik niet wilde maar niet wist hoe ik het kon stoppen. Kon ik het stoppen? Mocht ik dat wel? Alles gebeurt toch met een reden? En wie ben ik dan om daar anders dan observerend en neutraal mee om te gaan?

 

De dagen vullen zich met woorden die ik verslind. Woorden van heling. Diepe contacten met mensen die me begeleiden. Me zachtjes aanmoedigen mijn innerlijke ja te leven. Dat ja bergt de nee tegen het andere in zich. Hoe meer ik mijn ja voel, hoe meer ik het nee tegen het andere in vele schakeringen durf te zien. Het nee tegen wat niet mijn ja is, kan ook een ja zijn. Maar ik moet nog leren hoe ik dat in zachte tinten kan ervaren. Niet in harde streken zwart. Niet bruut en grof uit angst en ter bescherming van mijn ja. Als mijn ja er volmondig mag zijn, dan hoef ik deze niet af te schermen met een nee tegen de wereld. Mijn ja kan ook samengaan met jouw ja. Tenzij jij mij geen ja gunt… dan wil ik jou ook geen ja meer gunnen zoals ik dat altijd deed…

 

In de weken die volgen ontvouwt mijn pad zich in een stormbaan van oefeningen in innerlijk JA en dynamisch ja of nee naar buiten. Doodeng. Als een pasgeboren veulentje. Wankel op de veel te lange stuntelige benen. Aarzelend soms… “ja”… Het lukt. Mijn ja mag er zijn! Ik word zekerder. Durf rechter op te gaan staan. JA. Dit ben ik! JA!!!

 

Lieve Hanneke. Jouw werk begeleidde me op een belangrijk deel van mijn pad. Mijn nee is ontwaakt. Door mijn ontkenning van nee was er ook geen volmondig ja.

 

Iets in me twijfelt of dit mijn reactie op jouw werk mag zijn. Of ik niet moest schetsen hoe de vormen en de kleuren me raakten. Wat ze met me deden. Wat ik rook, voelde, dacht, voor mijn geestesoog zag. Maar nee… dat was niet mijn ervaring. Dit was wat het me deed. Hoe graag ik ook iets anders had willen schrijven. Ik wilde een kunstzinnig verslag schrijven. Maar dat ben ik niet.

 

Dit ben ik. Dit is mijn verhaal. Dank je voor jouw aanwezigheid in mijn leven via jouw werk. Je zachte liefdevolle energie die me aanspoort te geloven dat ik in mij de weg vind. Niet daarbuiten. Diepe liefde is wat ons verbindt. Ja en nee. Beide alternatieven van dezelfde keuze. Aan mij is de keuze. Wat is mijn weg? Mijn ja? Mijn nee? Ik ben de kunstenaar van mijn leven. Niet enkel de observant.

Anoniem

duo suiz in de slaapkamer

Kunstverkenner “een gesprek op niveau” ontmoet mensen in de taxibus van Ton -een verslag-

Kunstverkenner in de Taxi-bus

Van psychogeriatrische klanten en hun begeleidster noteerde ik wat opmerkingen en reacties op ‘Gesprek op niveau’.

 

Wilma; “Ik heb het al druk in mijn hoofd… moet ik nu hier ook nog iets van vinden?”

Ton; “Oh, sorry nee! niets moet, Wilma”

 

Ed; “Wat is het? …… je moet het zeker ruim zien?”

Ton; “Goed idee, Ed, misschien voel je er wat bij?”

Ed; “van emotie komt commotie”

 

Ton; “Heeft u deze tekening al gezien?”

Mevrouw Brandt; “Wat stelt het voor?” <stilte in de taxi> “nou ik zie er niets in” <stilte> nu wat ongeduldig “zeg, wat is het?”

Geraldine; “Het lijkt of ze een paar schoenen aan heeft; mooi!”

 

Bij het instappen en op uitnodiging bekijkt mevrouw Ramsteijn het werk dat vlak boven haar hoofd hangt.

Een geconcentreerde blik, ogen half dicht geknepen.

Aan het einde van de taxi-rit zag ik in mijn achteruitkijk-spiegel dat mevrouw nog precies zo tuurde… en zei “Ja!?!…”

 

Mevrouw Ramsteijn neemt altijd haar tas met kleurpotloden mee naar de dagbesteding.

Ton

Kunstverkenner “welkom” ontmoet Arno -een verslag-

Het licht verschuift

Voor Hanneke

 

De beweging is ingezet, maar wordt gestoord en tot stilstand gebracht

in de botsing met een onverwacht vlak. Het licht verschuift, de hand

 

moet bewogen hebben en er valt toeval uit de lucht. In krachtige

streken explodeert de kleurige lijn, in het wit keert de stilte terug.

 

Hoewel het water vele mogelijkheden biedt, het licht er in weerspiegeld

wordt, het ene beeld met het andere botst, blijft de dynamiek en het toeval

de motor van de verbeelding. Waar je speelde gaf je vorm aan het licht.

 

Arno Kramer

September 2016

beeldend verslag

in de studio van Arno

Kunstverkenner “bubbeltjes adem” ontmoet Carola. – een verslag –

 

 

Daar, dat was de plek. Aan dat haakje. Naast de vrolijk klingelende geode. Paarse amethist. Uit Zuid-Amerika.

Geen enkel probleem, de verkenner en de geode werden dikke maatjes.

Ik hoorde af en toe de vis zachtjes blubsen en bellen. ‘Hoe smaakt aarde? Wat is lucht?’ En tegen mij: ‘Waarom zit je zoontje op de trap? Wat is stout?’

Nu moet je weten dat de plek van de verkenner tegenover onze trap is. En daar zit je op als je bij ons stout bent geweest of een P-woord hebt gezegd tijdens het eten.

De trap is een plek waar ik erg vaak op en af ga op een dag. En waar ik dus ook de hele dag – in mijn gewone leven – de verkenner kon smaken, zien, proeven, ruiken, meemaken.

En ik ben een blij-ei. Ik heb namelijk opnieuw ervaren dat kunst IN ons leven zit, in ons dagelijkse leven.  En niet in een museum.

Aangezien het kunstwerk een logee was, en zijn ‘bij ons zijn’ eindig, was ik behoeftig om naar het werk te kijken. En om het heel erg in me op te nemen.

Ik heb de verkenner in alle staten mogen meemaken van mijn mind. Ik ben hem tegengekomen terwijl ik verdrietig was, boos, gehaast, brak, sloom, energiek en alle andere sferen waar ik zoals tegen aanloop in 6 weken tijd.

Het werk is een communicatie aangegaan met me. Heel erg prachtig en liefdevol. Ik kreeg steeds een blik die op dat moment juist was. Een inzicht. Of een doorkijk. Soms ook gewoon een kleur die eenduidig was. Het zat er allemaal in.

 

Ik ben heel erg blij geweest met mijn logee. Ik denk dat het een man was. Misschien vind het werk dat trouwens niet, vergeten te vragen.

 

Ik mis m nu al heel erg.

 

Tot een volgende keer, lieve Kunst – v e r – Kenner!

Carola